Posts tonen met het label Single Review. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Single Review. Alle posts tonen

zaterdag 19 september 2015

Deerhunter, "Breaker" -- Track Review

Deerhunter, "Breaker"
Fading Frontier
Indie Rock, Neo-Psychedelia







Op 16 oktober verwelkomt de wereld een nieuw Deerhunter album dat als doopnaam Fading Frontier meegekregen heeft. Die aankondiging kwam er een tijd geleden samen met een single genaamd “Snakeskin”, een stuk Indie Rock met wat Funk erbij gesmeten. Het nummer klonk als een Deerhunter lied met alle kenmerken die normaal van dienst zijn, zoals Bradford Cox’ herkenbare stemgeluid en geweldige meeslepende gitaar melodieën verstopt onder een hoop reverb, maar dan in een frisser jasje gestopt dat meer dan ooit tevoren als Psychedelic Pop klinkt.

En nu is er een tweede single, met bijhorende muziekvideo, genaamd “Breaker”. Voor het eerst zingen zowel Cox als Lockett Pundt, in een (approximatie van een) duet. De track klinkt dromerig, met zwevende boventonen die de gitaarpartijen goed complimenteren. De drums en bas leveren sterk werk: vooral de bas heeft hier een goed geluid—iets tussen vol en dof, maar niet vlak. Af en toe hoor je in de hogere registers een paar noten vallen als sneeuwvlokjes. Het klinkt goed en héél fris. Het refrein boort zich langzaam in je geheugen binnen, en het zal daar waarschijnlijk nog een lange tijd genest zijn. Dat geluid, en de open melodieën zorgen ervoor dat dit nummer gaat schitteren. Op dat vlak klinkt dit nummer meer in de stijl van wat een band als Wild Nothing bij elkaar zou schrijven.

Het is opvallend hoe sterk het Pop geluid bij dit nummer naar boven komt, net als bij “Snakeskin”. Het klinkt als een zorgeloos en blij lied met een doordrijvend ritme. Een stijlverandering, dus, tegenover het geweldige Halcyon Digest (2010) en Monomania (2013). De lyrics geven echter een ander verhaal. Cox heeft duidelijk zijn perceptie van de werkelijkheid aangepast nadat hij kortgeleden een bijna-doodservaring meemaakte. Het feit dat hij het overleefd heeft, vormt de kern van de boodschap in deze single, en naar alle waarschijnlijkheid ook van het nieuwe album.

Vooral het eind van het lied is opmerkelijk: “And when I die / There will be nothing to say/ Except I tried/ Not to waste another day / Trying to stem the tide.” Een knik naar de finaliteit van het bestaan, maar eveneens naar de hernieuwde energie van een ‘gewonnen’ leven. En op die manier eindigt het nummer even abrupt als het begint. Het nummer lijkt daardoor een capsule te zijn, een instant pil die tweeledig werkt. De muziek is immers toegankelijker dan ooit, maar de boodschap is des te diepzinniger. Het is de moeite waard de melodie van dit lied te combineren met de contrasterende betekenis ervan, geloof me.


De nieuwe single is dus veelbelovend. Het toont Deerhunter op een manier die voor velen misschien een afknapper kan zijn, maar voor mij de meerwaarde van de muzikaliteit van Cox naar boven haalt. Benieuwd wat het nieuwe album brengt. Fading Frontier komt uit bij 4AD op 16 oktober.



donderdag 17 september 2015

Intronaut, "Fast Snakes" -- Track Review

Via Century Media
Intronaut, "Fast Snakes"
The Direction of Last Things
Progressive Sludge Metal
Release: 13 november







Intronaut, een Californische Progressive Sludge Metal band, komt op 13 november met een nieuw album uit, genaamd The Direction of Last Things. De plaat wordt uitgegeven bij Century Media Records, een platenlabel dat ondertussen is uitgegroeid tot het grootste label voor (bijna) alle soorten metaal. Afgaande op de vorige releases van Intronaut, die telkens meer en meer gepolijst en atmosferisch klonken, zou je verwachten dat de nieuwe single die nu vrijgegeven is, “Fast Worms”, die evolutie verder zet. Niet helemaal.

Waar bij de laatste twee albums, Valley of Smoke (2010) en Habitual Levitations (2013), de Sludge minder werd geaccentueerd en steeds meer, ja, zeg maar ‘lounge jazz’ werd geïncorporeerd, krijgen we hier een brok ruwheid voorgeschoteld die sterk lijkt op de eerdere werken van de band, met name Void (2006) en Prehistoricisms (2008). Toen was het viertal ook al bezig met progressieve elementen, maar de focus lag meer op de ‘groove’, en op de zware, harde composities in polyritmes die je hoofd doen tollen. Het gebruik van zulke polyritmes is ook aanwezig op de laatste albums, maar het harde lag er niet meer vingerdik op. Alles begon meer te zweven, het klonk wat meer gestroomlijnd en esoterisch.

De nieuwe track combineert het beste uit de discografie van het viertal tot nu toe. Het grijpt muzikaal terug naar de pure Sludge van de eerste albums, maar houdt tegelijk ook de beste elementen van de progressieve atmosfeer van de laatste albums bij. Het is een nummer dat de pure synesthesie biedt van wat Intronaut kan.

Het nummer opent met een fijn melodietje opgedeeld in sequenties die snel onderbouwd worden door een ritme sectie tot alles ontploft in een groove vanjewelste. De losse ritmes die hier vermengd worden, doen het nummer heel vloeiend klinken, maar dan met genoeg tegenritmes en accenten om het niet te doen voortdraven zonder de aandacht te houden. Vooral drummer Danny Walker benadrukt dat vloeiende met een paar fantastische ‘fills’ die rollend en vliedend zijn, gepositioneerd aan de rand van de mix samen met de fijne, hoge gitaar tonen, terwijl hij met de snare nog scherpe accenten weet te geven. Op het internet wordt hij wel eens een machine genoemd in de best mogelijke betekenis van dat woord, en ik neig met die stelling akkoord te gaan. Centraal staan echter de diepe, ruwe tonen van de ritme gitaar en de bas die het lied voortdrijven met voelbare energie.

Het feit dat dit alles te onderscheiden is in de mix getuigt van hoe subliem het werk van Devin Townsend hier wel niet is. Het album werd volgens de band in vier dagen live opgenomen in de studio met producer/engineer Josh Newell—iets wat ongebruikelijk is voor de heren omdat ze normaal voor lange studiosessies gaan—en dan naar ‘Hevy Devy’ Townsend gestuurd voor de afwerking. Het resultaat is gewoonweg fantastisch en ik krijg er niet genoeg van.

De muziek zelf is intrigerend zonder met overdaad te flirten. Er zit genoeg variatie in om niet in monotonie te vervallen. Het begin klinkt visceraal en hard, met zanger Sacha Dunable die het beste van zichzelf geeft zowel ‘clean’ als met zijn ‘growls’. En dan komt er plots dit frisse tussenstuk dat doet denken aan bands als Scale The Summit, waar de band het even kan uitjammen tot er een bas-solo komt. Ja, een bas-solo. Ik wil toch even benadrukkend hoe geweldig het geluid van de bassist Joe Lester wel niet is op deze opname. De bas klinkt vol en diep zonder de metaalachtige kwaliteit van de snaren te verliezen.

Dit zachtere tussenstuk gaat dan weer over in een volle laag van Sludge Metal. De overgangen tussen deze drie delen klinken natuurlijk en logisch. Het hangt allemaal samen op een manier die op de vorige albums niet te horen was. Dit moet het resultaat zijn van de studiosessies. Muziek live inspelen als band zorgt sowieso voor meer energie en synergie op de opname. Het feit dat Devin Townsend een lichte reverb op elk instrument heeft toegepast, zorgt voor een heel ruimtelijk en ‘dichtbij’ gevoel wanneer je het nummer hoort. Het brengt de muziek tot leven.

Op basis van deze single moet ik toegeven dat ik nu sterk uitkijk naar het nieuwe album. Het is zelden dat Sludge Metal op zo’n overtuigende manier wordt gebracht. Bravo, Intronaut. Laat de full-length maar komen.

Het nieuwe nummer is te beluisteren op de Century Media Records website via deze link.

maandag 14 september 2015

My Dying Bride: 'And My Father Left Forever' -- Single Review

My Dying Bride, voortrekkers van Doom Metal sinds de release van hun eerste full-length album As The Flower Withers in 1992, vieren hun vijfentwintigste jubilee, en ze zijn er weer met een nieuwe single voor het nieuwe album genaamd Feel the MiseryNiet bepaald om vrolijk van te worden, zo’n titel, maar onthoud: de ‘catharsis’ is het belangrijkste aspect van de tragedie. Dat is toch zo op de toneelplanken. En dat geldt ongetwijfeld ook voor de heren van My Dying Bride, want als de single ‘And My Father Left Forever’ een indicatie is voor wat we kunnen verwachten van het twaalfde album van deze Britten, dan mogen we allen tezamen verkneukeld in de handen wrijven. Hun nieuwe nummer klinkt geweldig en komt aan als een ware mokerslag. Het doom-gevoel ligt er vingerdik op, en het voelt verrassend goed.

De track opent met ruisende feedback die meteen overgaat in een mid-paced riff. De gitaren klinken verrassend melodieus en gedreven terwijl de ritmesectie het geheel doet daveren. Oud-gitarist Calvin Robertshaw is weer tot de rangen van My Dying Bride toegetreden, en dat is merkbaar. De gitaarlijnen hebben dat sterke ‘vintage’ gevoel wat vooral te horen was op eerdere albums van de band. Vooral Like Gods of the Sun (1996), en The Light at the End of the World (1999) schieten me hier te binnen. De gelijkenissen qua toon en opzet zijn er zeker.

De simpliciteit van de gitaarlijnen in de hele track zorgt voor een sfeer die des te efficiënter wordt overgedragen. Deze track klinkt als het ware zoals het gevoel dat men bij zwaar onweer krijgt—opgesloten in een kleine kamer terwijl hevige wind regen tegen de ruiten doet kletteren. Het klinkt werkelijk donker en eindeloos expansief, maar ook besloten in zijn triestheid. Dit is een gevoel dat weinig andere Doom Metal bands nog zo overtuigend weten over te brengen, hoewel bands zoals Pallbearer er vorig jaar erg dichtbij kwamen.

De kwaliteit van de productie doet alles hermetisch afgesloten klinken tot frontman en zanger Aaron Stainthorpe, met zijn welbekende timbre, komt aanzetten. Zijn klagerige toon gemixt met de vocale melodielijnen creëren een extra sombere sfeer die me erg aanstaat—en die zelfs doet terugdenken aan A Line of Deathless Kings (2006) door de relatieve eenvoudigheid ervan. De zang wordt al bij al ingehouden gebracht. De lyrics klinken daardoor gewichtig en doordacht in dit nummer. Het effect is typisch My Dying Bride: troosteloos, mager, maar tegelijk ook stijlvol en zwevend.

De track duurt dan wel bijna tien minuten, maar die tien minuten vliegen voorbij zonder dat je het echt merkt. De compositie is geweldig en maakt de luisterervaring makkelijker: er zit genoeg variëteit in, met enkele tempowisselingen, zonder dat het geheel verloren gaat in de delen ervan.

De lyrics blijven door het hoofd spoken bij dit lied. De eenvoudigheid is ook hier treffend. Gepaard met de muziek creëert het een narrativiteit die me aanspreekt. Sommige van de concepten die aan de man worden gebracht zijn atypisch erg persoonlijk, en komen dus des te harder aan. Of het vernieuwend is, betwijfel ik. Het effect ervan is echter zalig goed. De laatste regels van het lied blijven me waarschijnlijk mijn leven lang bij: “The Devil is very old, indeed / We sit with a few stories to tell.”

Het is dus aangeraden uit te kijken naar het nieuwe album van My Dying Bride. Als elk nummer op dat album van gelijkaardige kwaliteit blijkt te zijn, zou het wel eens een nieuwe klassieker kunnen worden binnen de discografie van de band, en binnen het genre.

Feel The Misery komt uit bij Peaceville Records op 18 September.